Personele organisatie

De Schaapskooi heeft een tweehoofdige directie die eindverantwoordelijk is voor de totale organisatie. Zij wordt hierin ondersteund door een staf, bestaande uit de hoofden van de verschillende werksoorten en een personeelsfunctionaris.
Ter ondersteuning van de gehele organisatie is het volgende personeel aangesteld: secretariaatsmedewerkers, huishoudelijk medewerkers, schoonmakers en onderhoudspersoneel. Alle medewerkers voldoen minimaal aan de opleidingseisen, die gesteld worden in de op hen van toepassing zijnde CAO.
De grootste groep medewerkers bestaat uit groepsleiding en leidsters aan huis. In het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang worden de groepen begeleid door twee of drie vaste leidsters, die van minimaal 2 dagen tot 5 dagen kunnen werken. Hierdoor blijft het aantal volwassenen, dat direct met de opvoeding van de kinderen te maken heeft beperkt tot de leidsters die nodig zijn om de groepen gedurende het grootste gedeelte van dag met twee personen te begeleiden.
Voor alle groepen in het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang is zoveel mogelijk een vaste invalleidster aangesteld, die wordt ingezet bij vakantie, vrije dagen en ziekte van de vaste leidster. Ook voor de leidsters aan huis zijn invalleidsters aangesteld. Doordat er op de peuterspeelzaal in deeltijd gewerkt wordt is het goed mogelijk dat de vaste leidsters voor elkaar invallen. Als het in een bepaalde situatie toch nodig is, kan er een invalleidster van het kinderdagverblijf ingezet worden.
De werksoorten van de Schaapskooi vallen onder de werking van de CAO Kinderopvang en de CAO Welzijnswerk. Hierin zijn alle rechten en plichten van zowel de werkgever als de werknemer beschreven en worden de salarisschalen aangegeven die voor de verschillende medewerkers van toepassing zijn.
In de verschillende uitvoeringsregelingen van de CAO ‘s zijn de functie- en taakomschrijvingen vastgelegd, gekoppeld aan het vereiste minimum opleidingsniveau. De Schaapskooi heeft uitsluitend medewerkers in dienst die hieraan voldoen en in het bezit zijn van een 'verklaring omtrent gedrag'.
